Beschouwingen
02-04-2025
GEVANGENISPLAN COENRADIE VRAAGT FUNDAMENTEEL ANDER MENSBEELD
Het is goed maar niet afdoende dat staatssecretaris Coenradie haar plan gedetineerden twee weken voor het einde van hun straf vrij te laten kan uitvoeren. Meer fundamenteel is een mensbeeld nodig gericht op duurzame veiligheid voor samenleving en individu middels eerlijke kansen na afstraffing.
Na een tweede stemming waarin de stemmen bijna opnieuw staakten kan staatssecretaris Coenradie van Justitie door met haar plan bepaalde gedetineerden twee weken voor het einde van hun straf naar huis te sturen. Dat de staatssecretaris verder kan met haar beleid om effectiever te straffen is goed, maar niet afdoende.
Veel weerstand tegen Coenradie’s plannen komt voort uit de maatschappelijke tendens van streng straffen. Deze roep beoogt veiligheid te versterken, maar veroorzaakt juist onveiligheid. Alleen straffen werkt niet en soms zelfs averechts. Zo ondergaan gedetineerden negatieve invloeden en lopen zij schade op door verlies van inkomsten, huisvesting, dagbesteding en netwerk, een gat in het CV en stigmatisering waardoor zij na detentie moeilijk een baan vinden en naasten verliezen.
Straffen moet daarom worden gecombineerd met begeleiding gericht op duurzame gedragsverandering. Zo kunnen taakstraffen effectief zijn omdat ze sociale structuur bieden en men de straf met behoud van de eigen leefsituatie volbrengt. Ook elektronische monitoring is niet effectief puur als controlemiddel, maar als begeleidingsinstrument. Dergelijke straffen dragen bewezen meer bij aan vermindering van het recidiverisico dan (kale) detentie.
In de praktijk wordt beleid niet altijd gebaseerd op deze kennis. Zo gaan veel tbs-verloven goed. De aandacht ligt – begrijpelijk, gezien de gruwelijke gevolgen die ze (kunnen) hebben – echter bij ontsnappingen. Evenzo daalt de jeugdcriminaliteit. Mede omdat incidenten die plaatsvinden in ernst toenemen, krijgen deze echter veel aandacht.
Werken met mensen met complexe problematiek kent risico’s. 100% veiligheid – hoe graag we dat ook willen – is onhaalbaar. Mensen zijn immers nooit volledig voorspelbaar. Professionals werken weliswaar op basis van wetenschappelijke inzichten over risicovol gedrag, maar kunnen nooit volledig zicht hebben op mogelijke risico's, alleen al omdat ze cliënten niet 24/7 zien.
Na incidenten zien we veel vingerwijzen. Daarmee wordt gezocht naar schuldigen in plaats van te leren lessen en, veel belangrijker, wordt het leven van slachtoffers niet gered. Het helpt dus niet als zelfs ketenpartners naar elkaar als falende partij kijken, maar het is nodig lessen te trekken en gezamenlijk verantwoordelijkheid voor een veilige samenleving te nemen.
Als samenleving moeten we daarbij ook naar onszelf kijken: De zorg is veelal intern gericht, waardoor ieder – toegewijd – doet wat hij kan, maar totaaloverzicht ontbreekt. Dit is echter mede gevolg van politiek-maatschappelijke keuzes waardoor professionals onvoldoende kans krijgen hun werk te doen zoals nodig, de afgelopen decennia veel is bezuinigd en op productie gericht, en er onvoldoende (potentiële) professionals zijn die dit werk willen doen, wetend wat dit van hen vraagt aan verantwoording richting cliënten, rechtsstaat en samenleving. Immers, er is geen tekort aan cellen – die staan leeg –, het voornaamste knelpunt is het personeelstekort dat toeneemt naarmate maatregelen worden doorgevoerd waarmee de veiligheid van professionals in het geding komt.
Straffen gebaseerd op kennis over wat effectief is bij duurzame afbouw van delictgedrag borgen niet alleen veiligheid, maar dragen ook bij aan vermindering van maatschappelijke kosten die zijn gemoeid met begeleiding van mensen die in aanraking komen met justitie. De gemiddelde jaarlijkse kosten voor het gevangeniswezen zijn zo’n 1.3 miljard euro. Ongeveer 40% van de gedetineerden komt bovendien uit detentie zonder passende vervolghuisvesting. Tel dus hierbij kosten voor verblijf in opvang. Nog buiten beschouwing gelaten zijn dan kosten voor schuldhulpverlening, incasso en bijstand door inkomstenverlies en schuldenoploop.
Georganiseerde criminaliteit vraagt inderdaad harde aanpakken. Hiervoor is maatschappelijk gezien echter veel aandacht. Minder aandacht gaat naar burgers in kwetsbare posities die door repressieve aanpakken dieper in problemen raken en meer zijn gebaat bij duurzame, vroegtijdige hulp bij re-integratie.
Twee weken langer vastzitten maakt niet het verschil in risicovermindering en twee weken korter vastzitten lost het capaciteitsprobleem niet op. Duurzaam perspectief bieden vraagt investering in intensieve begeleiding en samenwerking. Meer fundamenteel vereist dit een mensbeeld gericht op nieuwe kansen na voldane straf. Inzet hierop weegt op tegen hoge maatschappelijke kosten waarna iemand bovendien onbehandeld terugkeert in de samenleving. Meer nog, veiligheid is die investering waard.
15-01-2025
Invloed van financiële stress op jongeren
Schulden hebben invloed op alle levensgebieden. Zo kampen mensen met schulden vaker met concentratieproblemen, verlies aan productiviteit en ziekteverzuim. Ook hebben schulden invloed op zowel psychische als fysieke gezondheid. Zo kunnen schulden leiden tot angst, stress en onrust, maar ook tot fysieke problemen zoals rugproblemen en overgewicht. Schulden kunnen zelfs leiden tot een groter risico op het plegen van suïcide. Daarnaast kunnen schulden sociale relaties onder druk zetten en leiden tot huiselijk geweld. En met name onder jongeren zien we ook dat schulden de kans op delictgedrag vergroten.
Voor jongeren kunnen schulden dus gevolgen hebben voor hun vriendschappen, gezondheid, gedrag en ook hun school- en studieresultaten. Zo zien we dat schulden op alle levensgebieden doorwerken en dat betekent ook dat in de aanpak van schulden onder jongeren alleen financiën aanpakken niet werkt. Andersom geldt ook dat alleen focussen op studieresultaten van studenten niet effectief is wanneer er financiële problemen zijn die doorwerken op andere leefgebieden.
Schulden beïnvloeden dus verschillende leefgebieden en bovendien ook het gedrag van jongeren en de keuzes die ze maken. Als mensen gebrek aan iets hebben zorgt dit ervoor dat ze tunnelvisie krijgen, op de korte termijn gericht zijn en focussen op directe behoeftebevrediging. Wanneer we gericht zijn op het vandaag financieel rondkomen, zullen we dat dan ook meer prioriteit geven dan het betalen van de rekening volgende maand, zeker wanneer we ook gewoon bij de groep willen horen en willen meedoen aan bijvoorbeeld het studentenleven. En wanneer onze aandacht gaat naar financiële krapte, hebben we minder ruimte om te plannen, overzicht te houden, terwijl juist dat precies vaardigheden zijn die we nodig hebben om aan financiële problemen te werken én ook onze opleiding succesvol te doorlopen.
Risicofactoren ten aanzien van financiën onder jongeren
Juist jongeren zijn extra gevoelig voor wat anderen van hun vinden, erbij horen, groepsdruk, impulsief handelen en experimenteren. Dit hoort bij de ontwikkeling en is niet per se problematisch. Jongeren kunnen echter ook nog niet altijd de gevolgen van hun handelen overzien. Zeker wanneer zij onvoldoende steun en begeleiding hebben of te maken hebben met een bepaalde mate van beïnvloedbaarheid, realiseren zij zich niet altijd welke risico’s zij mogelijk lopen. Jongeren zijn zich dus ook niet altijd ervan bewust dat zij door te lenen geld uitgeven dat zij op dat moment niet of nog niet hebben, dat dit kan leiden tot schulden en zelfs opeenstapeling daarvan en dat dat vervolgens grotere problemen kan veroorzaken. Dit maakt dat juist jongeren onder sociale druk sneller financieel onverstandige keuzes maken. Hersenonderzoek laat bovendien zien dat juist jongeren – omdat hun brein nog in ontwikkeling is – extra kwetsbaar zijn voor onder meer gokreclames, influencing, specifiek op hen gerichte (reclame)campagnes en kopen op afbetaling. Dit geldt eens te meer voor jongeren die van huis uit in beperkte mate basale financiële vaardigheden aangeleerd hebben gekregen.
Schulden onder jongeren aanpakken én vergroten
Beperkt aangeleerde financiële vaardigheden liggen ten grondslag aan keuzes die jongeren later in hun leven maken. Dit wordt versterkt door maatschappelijke prikkels zoals influencing, buy now pay later en gerichte reclames. Daarom is het voor effectieve en duurzame financiële begeleiding van jongeren belangrijk in te zetten op het vroegtijdig aanleren van vaardigheden en ingrijpen bij beginnende problemen, om grotere problemen te voorkomen. Veel investeringen vanuit politiek, beleid en maatschappelijke organisaties zijn gericht op de aanpak van complexe schulden. En natuurlijk is aanpak van grote problemen en verbetering van hulp nodig. Tegelijkertijd leidt dit vaak tot een aanpak die primair is gericht op het aanpakken van de gevolgen van problemen in de huidige situatie en niet op de dieperliggende oorzaken ervan om te kunnen voorkomen dat problemen verder escaleren en dus eerder te kunnen ingrijpen. Hierin ligt ook een maatschappelijke taak om jongeren te ondersteunen en te beschermen tegen verleidingen waartegen zij nog niet bestand zijn.
26-06-2023
NU HET KABINET BIJNA OP HET BORDES STAAT
Als we het door het nieuwe kabinet opgestelde hoofdlijnenakkoord mogen geloven, richten de nieuwe bewindslieden zich meer op het aanpakken van de gevolgen van de grote problemen waar ons land voor staat dan op het aanpakken van de bron ervan. Omdat juist sociaal professionals experts zijn in het analyseren en aanpakken van de oorzaken van complexe problemen, is het een gemis dat het hoofdlijnenakkoord over hen geen woord rept. Nederland heeft de stem van sociaal professionals daarom meer dan ooit nodig.
Aan alle namen die het nieuwe kabinet de afgelopen maanden reeds zijn toegedicht kan er nog één worden toegevoegd, namelijk 'het kabinet van de aanpak van gevolgen' of kortgezegd ‘gevolgenkabinet’. Focus op het bewerkstelligen van fundamentele veranderingen wordt in de inleiding van het hoofdlijnenakkoord weliswaar betoogd, maar ontbreekt in de uitwerking. Een analyse van dieperliggende oorzaken van grote maatschappelijke problemen en daarop gerichte maatregelen zijn immers nauwelijks terug te vinden.
Daarom is het belangrijk dat sociaal professionals aantonen dat alle grote uitdagingen waar Nederland voor staat – of het nu gaat om migratiebeleid, armoede-aanpak, klimaataanpak, stikstofbeleid, afhandeling van de toeslagenaffaire en Groninger gascrisis, energietransitie, en tegengaan van verharding, radicalisering en polarisatie – allereerst sociale uitdagingen zijn. Sociaal professionals hebben als geen ander expertise over de veranderingen die dergelijke uitdagingen van burgers vragen en de begeleiding die zij daarbij nodig hebben. Waar het kabinet twee belangrijke sociale basiswaarden – bestaanszekerheid en veiligheid – hoog in het vaandel heeft maar in de uitwerking lijkt te vergeten, is het daarom aan sociaal professionals deze blijvend voor het voetlicht te brengen.
Het eerste hoofdstuk van het akkoord is ‘bestaanszekerheid en koopkracht’ getiteld. Zonder uitzondering zijn de in het hoofdstuk genoemde maatregelen echter expliciet óf impliciet gericht op werkenden. Zoals de eerste maatregel start: ‘meer loon naar werken’. Bestaanszekerheid komt dus bekaaid ervan af en ‘koopkracht en bestaanszekerheid’ of zelfs alleen ‘koopkracht’ was dus wellicht passender geweest als hoofdstuktitel.
De titel van het hoofdstuk gericht op ‘nationale veiligheid’ is illustratief voor de focus op het aanpakken van ondermijnende criminaliteit. Maatregelen gericht op het voorkómen van doorgroei in criminaliteit ontbreken. Hetzelfde geldt voor vroegtijdige, intensieve inzet op multiproblematiek waardoor risico’s dat deze uitmondt in agressie, huiselijk geweld en delictgedrag verminderen. Waar onderzoek al jarenlang aantoont dat alleen straffen niet – zelfs averechts – werkt en gepaard moet gaan met behandeling en begeleiding, lijkt de insteek van het nieuwe kabinet die van repressie en afschalen van begeleiding te zijn en niet die van facilitering van sociaal professionals om hun expertise in te zetten voor het aanpakken van maatschappelijke problemen.
Op het eerste oog lijken in het akkoord ook wél op oorzaken gerichte maatregelen te zijn opgenomen. Zo wordt een knelpuntenaanpak voor doelgroepen onder het bestaansminimum genoemd. Direct daarachteraan is echter toegevoegd: ‘waaronder werkende armen’.
Steeds meer werkenden leven weliswaar inderdaad onder het bestaansminimum; in die zin is deze maatregel toe te juichen. Nadere definiëring van andere kwetsbare groepen ontbreekt echter, terwijl juist niet-werkenden vaak in (extra) kwetsbare posities verkeren. Ook wordt ingezet op continuering van schuldhulpverlening 'met focus op aanpak van de problematiek bij de bron’. Duiding van deze aanpakken blijft echter onbenoemd.
Daarnaast wil het kabinet voorkomen dat jongeren in de (zware) criminaliteit belanden. Deze maatregel lijkt echter opnieuw sterker te focussen op het aanpakken van zware criminaliteit dan op preventieve inzet op ondersteuning van (kwetsbare) jongeren. Ook hier wordt de indruk van ‘gevolgenpolitiek’ dus versterkt, zeker wanneer even later wordt gesproken over ‘het verantwoordelijk houden van ouders voor door kinderen aangerichte schade’. En waar deze maatregel gebroederlijk staat naast het tegengaan van antisemitisme en ‘keihard’ optreden tegen grensoverschrijding, is moeilijk te ontkomen aan de indruk dat dit akkoord niet getuigt van een langetermijnvisie op de aanpak van complexe maatschappelijke problemen.
Het nieuwe kabinet staat binnenkort op het bordes. Regelmatig klinkt de roep om hen het voordeel van de twijfel te geven en nadere uitwerking van het hoofdlijnenakkoord te bezien. Wanneer we hen dat voordeel echter te lang geven, bestaat de kans dat de stem van sociaal professionals wordt gesmoord door ‘loon naar werken’ en ‘repressie’, zeker nu fors dreigt te worden bezuinigd op onderzoek.
Daarom hebben we nu meer dan ooit behoefte aan sociaal werkers met bewezen effectieve aanpakken, die laten zien dat de maatschappelijke baten van professionele ondersteuning opwegen tegen de kosten ervan en dat wegbezuinigen andersom juist leidt tot toename van problemen en daarmee hogere maatschappelijke kosten.
Nederland is immers niet gebaat bij een overheid die zich richt op de gevolgen van de grote problemen in het land, maar bij professionals die kennis hebben van de oorzaken en aanpak ervan.
16-05-2024
Formatie... Uiteraard las ik de paragrafen 1 (bestaanszekerheid en koopkracht) en 8 (nationale veiligheid) van het hoofdlijnenakkoord van de formerende partijen met extra belangstelling.
Een paar punten uitgelicht die mijn aandacht trokken:
Bestaanszekerheid en koopkracht:
- Een knelpuntenaanpak voor specifieke groepen onder het bestaansminimum, onder wie werkende armen.
- De verbetering van (gemeentelijke) schuldhulpverlening wordt doorgezet, met focus op aanpak van de problematiek bij de bron.
Veiligheid:
- Er blijft ingezet worden op maatregelen en interventies die jongeren effectief uit de (zware) criminaliteit houden.
Mooi, maar ik ben wel heel benieuwd aan welke concrete maatregelen om dit te realiseren de partijen denken en ik hoop dat er ook voldoende zal worden gedaan om in deze beroepen werkzame professionals te faciliteren, want - on a critical note - daarover lees ik nu weinig en daar zit toch wel mijn zorg voor de komende jaren...
Op uitwerking en (financiële) onderbouwing - en daarmee zicht op haalbaarheid en juridische deugdelijkheid - is het weliswaar nog wachten, maar voor nu mis ik dan ook bredere visie en inzet op de structurele aanpak van de fundamentele problemen van onze tijd en hulp aan de meest kwetsbaren in onze maatschappij. De forse bezuiniging op onderzoek versterkt dit helaas nog eens extra...
23-04-2024
Mooi initiatief van de gemeente Arnhem.
Een heel aantal punten is heel sterk:
- Er wordt gekeken naar de verlammende werking van schulden op andere levensgebieden.
- Er wordt gekeken naar duurzaam helpen van kinderen, om bijv. afglijden richting criminaliteit te voorkomen (waarop ik me veel richt).
- Er wordt met veel partijen samengewerkt.
- De financiering is vormgegeven door bijdragen van meerdere stichtingen.
- Er wordt gehandeld vanuit de gedachte dat de kosten van het laten bestaan van schulden veel groter zijn en het tegengaan van de perverse prikkel waardoor instanties kunnen verdienen aan schulden.
- Er wordt geen tegenprestatie verwacht.
- Mensen krijgen gedurende de periode ondersteuning via coaching (waarvoor ze overigens zelf een plan moeten maken wat enerzijds goed is, maar anderzijds voor sommige gezinnen veelgevraagd kan zijn).
- Er is oog voor het wantrouwen dat gezinnen kunnen hebben in hulp vanuit de overheid en het toegankelijk maken van hulp.
- Het initiatief zal intensief worden gevolgd vanuit onderzoek.
Ook twee zorgen:
- Juist gezien deze positieve kant zou het zo jammer zijn als de winst na de pilot weer verloren zou gaan. Vaak worden pilots beëindigd, omdat financiering stopt en/of er kinderziektes in het project zitten, waardoor ook de toegevoegde waarde stopt. Terwijl het heel logisch is dat wanneer iets wordt uitgeprobeerd, hoe goed doordacht ook, het niet direct in één keer 100% optimaal werkt. Dan is het juist nodig dat er wordt doorontwikkeld én dat werkzame elementen van het initiatief worden verbreed naar andere gemeenten.
- Het risico is groot dat mensen gedurende deze twee jaar goed worden ondersteund, maar daarna, als zij in dezelfde uitgangssituatie verkeren (bijvoorbeeld te hoge lasten versus te laag inkomen), snel weer met dezelfde problemen te maken krijgen.
Het is niet zo dat hierover per definitie niet is nagedacht of dat dit automatisch weer gebeurt, want in twee jaar kan ook veel worden voorbereid voor de periode erna en de gemeente heeft ook oog voor het feit dat de situatie structureel in balans moet zijn, maar het zijn wel als belangrijke aandachtspunten om de winst vast te houden: Mensen uit de situatie halen betekent immers niet automatisch dat ze eruit blijven en in het geval van een structureel probleem moet je dát aanpakken wil je mensen ook structureel helpen. Anders is de aanpak, alle investeringen ten spijt, nog niet duurzaam!
Kortom, het is goed dát de gemeente oog heeft voor het feit dat financiële problemen samenhangen met en invloed hebben op andere problemen, maar juist door die complexe verwevenheid is de gedachte dat je door schulden kwijt te schelden de hele situatie verandert te simpel. De gedachte en het initiatief zijn zeker sympathiek en meer doordacht dan gemiddeld, maar er liggen nog veel cruciale vraagstukken waarop ook dit geen plan geen eenduidig antwoord gaat geven, zoals dat mensen uit de situatie halen nog niet maakt dat ze dat duurzaam blijven, dat schulden overnemen met weliswaar begeleiding (overigens wel op basis van het eigen plan van betrokkenen) geen duurzame oplossing voor het complexe samenspel aan problemen is en dat er vaak andere mechanismen en problemen onder armoedeproblematiek (juist in wijken als deze die ook te gemakkelijk 'de armste wijk van Nederland' wordt genoemd!) liggen die door het overnemen van schulden niet veranderen.
28-03-2024
Hoe het kan dat het aantal mensen met schulden toeneemt terwijl de armoedecijfers nog nooit zo laag waren?
(Meer mensen met schulden, tegelijk was armoede nooit zo laag. Hoe kan dat? | NPO Radio 1)
Armoede ≠ laag inkomen.
En laag inkomen ≠ schulden.
We zien steeds vaker dat niet alleen mensen met een laag inkomen kampen met problematische schulden, maar ook mensen met een modaal inkomen voor wie de vaste lasten structureel te hoog zijn ten opzichte van het inkomen, onder meer als gevolg van inflatie en hoge energiekosten (zie ook Zorgelijke cijfers: niet alleen mensen met lage inkomens kloppen aan voor schuldhulp | RTL Nieuws | RTL.nl).
We weten ook dat mensen gemiddeld pas laat - en zelfs steeds later - om hulp vragen, zeker werkenden.
De toename van de complexiteit en hoogte van de gemiddelde schuldenlast die we zien is bovendien zorgelijk (zie ook Alarmerende stijging ernstige geldproblemen: 'Dag en nacht mee bezig' | RTL Nieuws | RTL.nl) - en dan rekenen we de steeds groter wordende risicogroep nog niet eens mee en ook niet dat deze schulden vaak leiden tot andere problemen - en mag dan ook niet worden onderbelicht door dalende armoedecijfers.
Omdat het voor deze groep een structureel probleem - structurele mismatch inkomsten-uitgaven - betreft is voor hen schuldhulpverlening geen (afdoende) oplossing.
Verandering van het schuldensysteem, zodat schulden voor geen enkele partij een verdienmodel zijn - noch incasso noch bedrijven via buy now pay later om maar twee voorbeelden te noemen -, is dan ook nodig voor een effectieve aanpak van schulden waarbij de 'schuldensneeuwbal' niet langer doorrolt.
En ja, ook meer uniformiteit in schuldhulpverlening tussen gemeenten is essentieel, omdat het voor de hulp die je krijgt nu nog wél uitmaakt waar je woont: In elke gemeente dezelfde schuldhulp: 'Mag niet uitmaken waar je woont' | RTL Nieuws | RTL.nl
25-03-2024
Utrecht wil schuldhulpverlening aan kwetsbare burgers in eigen beheer nemen.
Natuurlijk is overzichtelijke en snelle hulpverlening essentieel, dat streven is te prijzen.
Deze burgers kampen echter vaak met meerdere problemen, zoals verslaving, psychische en fysieke gezondheidsproblemen en beperkte verstandelijke vermogens. Dit maakt dan ook dat er vaak meer nodig is dan enkel financieel-technische ondersteuning. Het risico is dan ook dat er vanuit de gemeentelijke schuldhulpverlening te weinig ruimte is om het maatwerk dat dit vraagt te bieden.
Hierbij is onder meer samenwerking met ketenpartners zoals sociale wijkteams, organisaties voor begeleid wonen, GGZ-instellingen, reclassering en verslavingszorg essentieel, waarvoor ook voldoende tijd nodig is. Daarnaast vraagt het kennis en vaardigheden ten aanzien van begeleiding van deze doelgroep en flexibiliteit ten aanzien van bijvoorbeeld hun gedrag (denk aan niet nakomen van afspraken) en vaardigheden (denk bijvoorbeeld aan communicatie die aansluit op het niveau van de betrokkenen).
Hopelijk neemt de gemeente dit mee in haar overwegingen!
25-03-2024
Bijdrage rondetafeldebat commissie SZW Tweede Kamer
Dankuwel voorzitter, en ook dank voor de uitnodiging om hier vandaag aanwezig te zijn. Bewindvoerders die ik regelmatig spreek vertellen mij dat ze vinden dat ze heel mooi werk hebben waarmee ze mensen kunnen ondersteunen en dat bewindvoering een heel mooi middel is dat rust en stabiliteit kan bieden, maar ze geven ook aan – het is vandaag al vaker genoemd – dat de uitvoering op meerdere punten verbetering behoeft.
Het is vandaag al meerdere keren genoemd en komt ook in de initiatiefnota naar voren, dat zit onder meer – natuurlijk ook in andere zaken – in tijd en aandacht die administratie vraagt, die ten koste gaat van de tijd die bewindvoerders effectief overhouden voor hun cliënten.
Een andere ontwikkeling die hiermee samenhangt, is dat de complexiteit van de problemen van cliënten de afgelopen jaren is toegenomen; of eigenlijk moet ik het nog anders formuleren: De complexiteit is niet alleen toegenomen, maar ook zijn cliënten met complexere problemen meer in beeld gekomen bij bewindvoerders. En ik noemde het net al, daardoor hebben bewindvoerders, ook al gezien de hoge caseload – dat is vandaag ook al een aantal keer langsgekomen –, te weinig tijd om echt maatwerk te bieden – ook dat woord is al gevallen –, wat deze doelgroep wel vraagt. Ook merken bewindvoerders in de praktijk dat ze soms expertise missen om cliënten met specifieke problemen te ondersteunen.
We zien dan ook steeds vaker dat bewindvoering wordt ingezet voor mensen voor wie schuldhulpverlening eigenlijk passend zou zijn, vaak ook in combinatie met andere soorten hulp, maar die daarvoor niet of nog niet in aanmerking komen. We schreven het ook in onze position paper: Soms kan bewind dan tijdelijk een heel goed passend alternatief zijn, maar het maakt ook dat bewindvoering regelmatig als begeleidingsmaatregel wordt ingezet, terwijl het van oorsprong als financieel-technische maatregel is bedoeld waarbij het financieel beheer van cliënten wordt overgenomen.
We zien dus steeds vaker dat bewind niet alleen wordt ingezet voor mensen voor wie bewind passend is, dus die niet of tijdelijk niet in staat zijn zelfstandig hun financiën te beheren, bijvoorbeeld vanwege beperkte verstandelijke vermogens, maar ook voor de groep die niet is gebaat bij het overnemen van het volledige financieel beheer, maar veel meer bij begeleiding en hulp bij het creëren van overzicht over inkomsten en uitgaven, het weer leren zelfstandig financiën te beheren en dus een duurzame oplossing. Wat we in de praktijk horen is dat bewindvoerders daardoor soms het gevoel hebben dat ze cliënten niet voldoende kunnen ondersteunen richting zelfredzaamheid.
Versterkt door de verhalen over excessen, onder meer door de wisselende kwaliteit van bewindvoerders – en het is ook al meerdere keren genoemd: elk incident is er één te veel, laat me heel duidelijk zijn , kan dit een negatief beeld schetsen van een doelgroep die in navolging van schuldhulpverlening al jaren werkt aan het verbeteren van kwaliteit en toezicht.
Tot slot, het niet kunnen beheren van financiën is heel ingrijpend en heeft grote impact, maar overname van het financieel beheer ook. Daarom is het nodig dat er wordt gewerkt aan vermindering van de grote kwaliteitsverschillen tussen bewindvoerders, dat toezicht zorgvuldig wordt uitgevoerd en dat bewindvoerders de ruimte krijgen om de tijd en aandacht aan cliënten te geven die ze nodig hebben, echt in maatwerk. Een aantal voorstellen uit de initiatiefnota draagt daaraan bij, maar het is dus ook belangrijk bewind te zien in het bredere kader van schuldhulpverlening en andere hulp, met het oog op cliënten die hiervoor nu dus vaak niet in aanmerking komen en daarom onder bewind komen.
23-03-2023
Vandaag besteedden de NOS, RTL Nieuws en Nieuwsuur aandacht aan de conclusie van de Algemene Rekenkamer dat de overheid tekort schiet als schuldeiser, zeker als het gaat om kwetsbare burgers.
Rekenkamer: overheid schiet tekort als schuldeiser (nos.nl)
Onderzoek: overheid faalt bij innen van schulden kwetsbare burgers | RTL Nieuws | RTL.nl
Dit is iets wat ik sterk herken vanuit mijn eigen onderzoek, o.a. als het gaat om delinquenten.
Wat daaruit blijkt is dat overheidsschulden ook onder deze doelgroep het meest voorkomen (belastingdienst, CJIB, CAK).
Naast de conclusies die de Rekenkamer ook trekt – zoals stapeling van schulden, communicatie, preferentie – zag ik in mijn onderzoek ook dat schulden extra complex zijn voor doelgroepen zoals delinquenten, onder meer omdat bepaalde CJIB-schulden niet kunnen worden meegenomen in schuldregelingen en dus boven iemands hoofd blijven hangen, wat de kans op terugval in criminaliteit vergroot. En schulden bij het CAK raken aan de basale waarde van gezondheid. Daarmee zijn dit direct twee schuldeisers die bij doelgroepen zoals deze naast de bekende belemmeringen zorgen voor stagnatie van volwaardig en gepast participeren in de maatschappij.
Daarnaast sluit communicatie van (overheids)organisaties – een bekend knelpunt – zeker voor deze doelgroep niet altijd aan op hun niveau, o.a. omdat licht verstandelijke beperking is oververtegenwoordigd onder deze doelgroep.
Burgers voelen zich dan ook knel zitten in het systeem van organisaties en missen maatwerk en juist deze doelgroep is vaak niet in staat – bijvoorbeeld aan de telefoon met een schuldeiser – voor de eigen rechten op te komen (o.a. als gevolg van schaamte, stress, onvermogen, problematiek t.a.v. verslaving en psychische stoornissen).
Kortom, schulden zijn dus altijd ingewikkeld, maar de gevolgen van het schuldensysteem zijn dus zeker voor kwetsbare doelgroepen zoals deze extra belemmerend en daarin speelt juist de overheid een centrale rol, waar juist diezelfde overheid een taak heeft in het bieden van hulp aan burgers t.a.v. schulden en t.a.v. de terugkeer naar de maatschappij en het zorgen voor een veilige en rechtvaardige samenleving.
Het is goed dat er nu wordt gekeken naar verbeteringen, maar vergeet niet deze bevindingen mee te nemen in het kijken naar de rol van de overheid als schuldeiser.